maandag 10 juni 2013

Cambrai

De baarmoeder van Madame

Ergens in juli of augustus 1901 bereikt een spermacel van de heer Torma de baarmoeder van Madame, met hoofdletter, zoals Julien Torma het in zijn eigen woorden weergeeft (Premiers écrits, p. 40). In de bundel Porte Battante heet het: ‘Si belle que vous soyez Madame / vous n’êtes pas si belle que nos vits’ (p. 363), zoals bij Andre Gide in Le Voyage d’Urien (Paris: Librairie de l’Art indépendant 1893) te lezen is: ‘Si belle que vous soyez, Madame, vous n'êtes pas si belle que nos vies’. Madame is in de 17e en 18e eeuw de officiële naam van de echtgenote van de oudste broer van de Franse koning. Op 6 april 1902 volgt de geboorte van Julien Torma in Cambrai. Al op jonge leeftijd verliest Julien zijn vader. Hij heeft geen herinneringen aan de man die in 1903-1904 komt te overlijden. Zijn moeder hertrouwt met meneer Crabert of Kraber. Over een gelukkige of ongelukkige jeugd geen woord, geen eerste herinnering. Als in 1907 ook de moeder van Julien sterft en Julien wees wordt, blijft hij bij zijn stiefvader wonen (hij blijft volgens de bronnen bij zijn beau-père wonen; in het Frans betekend dit zowel schoonvader als stiefvader; van een incestueuze relatie met de dochter van de heer Crabert is in de bronnen niets overgeleverd). In Klaus Ferentschik’s ‘Pataphysik. Versuchung des Geiste is erroneus te lezen: ‘Er kam am 6. April 1902 im französischen Cambrai auf der Welt und wuchs, nach der frühen Verlust der Eltern, bei seine Großeltern auf.’ (p. 225) In de Nouvelle Revue Française van 1 november 1970 weet Henri Thomas te melden: ‘On sait que Julien Torma est né à Roubaix en 1908’ hetgeen zijn affaire van Max Jacob rond 1919 tot een pedofiele zaak zou maken en zijn eerste publicatie, La Lampe obscure, in februari 1920 tot een klein mirakel door weinig elfjarigen geëvenaard. Uitgangspunt van Torma’s ’Patafysica is echter dat alle beweringen gelijkwaardig zijn.

Cambrai

Cambrai, zijn geboorteplaats, is vooral bekend door de snoepjes met de naam bêtises de Cambrai en de vele cichorei-fabrieken die in het begin van de twintigste eeuw ruimhartig reclameplaatjes in de verpakkingen verspreiden, zoals die van Arlatte & cie Chicorée, Casiez-Bourgeois, Chicorée “A la Ménagère” van Duroyon & Ramette en niet in de laatste plaats de surrogaatkoffie van “Teka”, gefabriceerd door O. Decupère et Cie. In Parijs is de place Cambrai een soort nulle-part, nadat het plein rond 1856 werd geherstructureerd, afgebroken en verdween van de plattegrond om plaats te maken voor de place Marcelin Berthelot (5e arr.). Torma laat de kunst de kunst, verwerpt het schrijven van zwaarwichtige litteratuur, de zaak is ontploft, wat rest is het spel als spel, wel een spel dat niet lichtzinnig opgepakt mag worden (Julien Torma, p. 39). De taal moet vernietigd worden met behulp van de taal, de taal moet ontdaan worden van de suggestie dat een realiteit beschreven kan worden, wat rest is het toeval en woorden die een oneindige reeks betekenissen kunnen hebben. Het woord trommel is een slaginstrument, een visnet maar ook een Vlaams woord voor trosje (een trommel pruimen), het trosje is etymologisch te herleiden tot het Friese trom en ‘in ’t 1. turma, ital. torma, menigte.’ Een trommeling is een ‘rossing, slaag: iemand eene trommeling geven’ en trommelwater is ‘de waterzucht (omstr. van Brussel).’ Spiegelingen of anagrammen, waarin door de toevoeging van een extra letter de betekenis kantelt, door het gebruik van een mannelijk of vrouwelijk lidwoord de lezer tussen een biertje (le bière) en de doodskist (la bière) in een niemandsland achter blijven. ‘Mon père est maire de Mammaire, et mon frère est masseur’; ‘faire votre corridor’. De Chicorée – ‘de ta mère’ komt terug in de Voyage en Grèce (p. 264), een klassiek taalgrapje:

Le paysan et la chicorée.

Sais-tu pourquoi tu dois le respect à la chicorée? disait un plaisant à un paysan fort stupide. — Non, répondit celui-ci. — Eh bien! c’est parce qu’elle est amère (ta mère). — C’est ma fin’vrai : je ne l’aurais jamais cru. « Le même paysan, voulant faire preuve d’esprit, fit la même question à un de ses voisins, qui confessa son ignorance « Eh bien! imbécile, reprit l’autre, c’est parce qu’elle est votre mère.

woensdag 12 september 2012

Reeuwijkse plassen

Op de fiets van Utrecht naar Den Haag zag ik midden in de Reeuwijkse plassen twee plekken (ik geloof ‘Twaalfmorgen’ en ‘Vlietdijk’) waar de bewoners sculpturen in de tuin hadden geplaatst. Eerst een groep van vier beelden, waarschijnlijk beton met staaldraad versterkt: een monster, muzikanten en een man met een hoge hoed. Iets verderop een tuin met een stier uit auto onderdelen. B.D.

donderdag 27 oktober 2011

Clous du Seigneur






In april 2003 organiseerde Bastiaan van der Velden in het Amsterdamse Museum Van Loon een tentoonstelling over de „Clous du Seigneur‟ en de vraag of Jezus Christus gekruisigd werd met drie of vier spijkers.

maandag 13 juni 2011

De Weelde van het Batafysisch onderzoek

Gebonden in een spiraal ligt het Zomer-doe-boek van 2011 voor mij. Niet in het onhandige A4 formaat op veredeld kladblokpapier zoals ze in de jaren 1970 werden uitgegeven, maar in een handzaam formaat, mee te nemen op een batafysische fietstocht, veldtocht of expeditie naar de bronnen van de Amstel. Er kan niets meer mis gaan deze zomer, of we nu gedwongen zijn in Holland te bivakkeren, een reis naar de autonome enclave Balkonië maken, of door regen binnen moeten blijven. ‘Batafysica … en wat nu?’ van Rien Waddenvlek OCS is uitgegeven in het mythische Esonstad op 26 Merdre 138 door de Nederlandse Academie voor ’Patafysica – een reeks begrippen die voor de wakkere lezer, zich door het boek werkende, tastbaar zullen worden aan de hand van meerdere experimenten.

Wij leren dat voor het bevestigen van de snaren van het mentaal-veldgemaal een ringetje ‘absoluut de beste constructie’ is, de auteur weet op deze wijze zijn ruime kennis van het onderwerp met de lezer te delen, en dat op een wijze die nergens humoristisch wordt, hij heeft begrepen waar het om draait in de ’Patafysica. Wij worden in zestig pagina’s van ‘nog even een praktische tip’ naar de vaststelling dat het ‘raadzaam [is] monsterdozen bij u te hebben’ gevoerd, om op de laatste bladzijde te lezen dat bij problemen, onduidelijkheden en andere ongemakken de lezer altijd nog een toogdag van de Batafysica kan bezoeken. Misschien had de auteur de beginner er op moeten wijzen wat de invloed van het op gele houten klompen lopen door de in blauwe overal gestoken kaasdragers over de met IJsselkeitjes geplaveide Markt in Alkmaar is, op een experiment met het mentaal-veldgemaal in de duinen van Bergen aan Zee, maar wij begrijpen dat niet alle externe invloeden gecatalogiseerd kunnen worden.



Zij gingen u voor, illustere personen die deel namen aan de experimenten, uit de eregalerij




Voor de beginner is er op p. 56-57 een paklijst opgenomen van noodzakelijke attributen, alleen een lijst met gecertificeerde leveranciers had ter verduidelijking bijgevoegd kunnen worden, want hoe weet een beginnend batafysicus waar hij de ‘knuppel’ moet kopen, die onder het kopje ‘Algemeen’ wordt aanbevolen? Voor veel utensiliën is het duidelijk dat alleen IJzerhandel Meijer op de Rozengracht in Amsterdam de middenstander kan zijn waar je de snaren en pennen koopt. Maar enige verduidelijking had hierbij gegeven mogen worden. Bijvoorbeeld de pennen onder het kopje ‘mentaal veldgemaal’. Betreft het hier een schrijfgerei, een tentstok, een haring, een borgpen, of een Italiaans pastagerecht? Voor de beginnend batafysicus met een kleine beurs verwarrend als deze zich niet kan veroorloven om alle vier producten te kopen en tijdens het experiment in de duinen vast stelt het verkeerde gekocht te hebben – dan is het een hele fietstocht naar de Rozengracht, een omweg waar wij de beginner graag voor zouden behoeden.

Een aanrader, met ‘Batafysica … en wat nu?’ komt u de zomer door!



Bastiaan D. van der Velden,
Régent de Navigation Épigéenne

woensdag 11 mei 2011

Regent Aleksandar



Regent Aleksandar

Regent Aleksandar – met een mooie medaille in goud met adelaar op de borst, nam zijn taak in het verder ontwikkelen en naar buiten brengen van de ’patafysica als wetenschap hoogst serieus.
De oude mythe van Icarus die tracht te vliegen was begin twintigste eeuw voor veel personen een beeld dat tot de verbeelding sprak, mede door de kranten en tijdschriften die melding maakten van de nieuwste methoden en technieken. Natuurlijk was een vlucht met deze prototypes van vliegtuigen alleen voor de rijken en durfallen weggelegd – open cockpit, geen parachute, onbetrouwbare motoren en een matig ontwikkelde kennis over aerodynamica. De aanpak van Aleksandar was gebaseerd op de principes van de roeitocht in een zeef boot door de straten van Parijs van de patafysicus Dr. Faustroll - als neergelegd door Alfred Jarry in de gelijknamige roman: door voor een landreis te kiezen zou de zeef immers minder kans hebben te zinken. De Regent Aleksandar ging met papier, een laken, lijm en verf aan de slag. Een stak gespannen doek van drie bij vijf meter – vleugels, staart, roer, wielen en een motor, allemaal perfect nageschilderd en opvouwbaar. Door met dit vliegtuig en camera langs kermissen en markten te gaan maakte hij het vliegen toegankelijk voor een groter publiek. Zover na te gaan is het model A 01, dat getoond werd op de kermis van Zagreb in 1906, ondanks de primitieve middelen, nooit bij een ongeluk betrokken geweest. En waren, gezien het opschrift op latere modellen en de achter grond, zelfs vluchten tot Parijs mogelijk.




B.D.
Régent de Navigation Épigéenne

woensdag 13 april 2011

Niet het Glaspaleis maar Droomkasteel













Een stad met paleizen en kastelen

Aan de rand van een oud koninkrijk ligt een klein stadje vol paleizen en kastelen. Gaat het zien, gaat het zien! zegt het voort ! Natuurlijk het glaspaleis, zojuist opgeknapt voor vele miljoenen. Maar niet te vergeten, iets noordelijker, aan de rand van de stad, een droomkasteel, al 45 jaar!

-----

Het oudste attractiepark van Heerlen (zijn er meer?) viert 27 mei haar 45-jarig bestaansfeest - al hoewel, het staat te koop, en de losse beelden zullen door de eigenaar na verkoop mee genomen worden.

Het Droomkasteel herbergt duizenden betonnen beelden van mensen en dieren uit de sprookjeswereld, zoals Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Naast sprookjesfiguren vindt je er fonteinen, bloembakken, dieren-en tuinfiguren.

Al sinds 1966 opent het park van mei tot september zijn poorten; menig volwassene bezocht Droomkasteel Heerlerheide reeds als kleuter, een komt er nu graag met zijn eigen kinderen. Blikvanger aan de ingang vormt het grote beeld van een Afrikaanse olifant. De entreeprijzen zijn in deze dure tijden prettig laag; alleen voor een natje en een droogje zult u zelf moeten zorgen. Achter de poorten ondek je een met veel oog voor detail gebouwd fantasiekasteel met grotten, gangen, balustrades en torens. Vanaf de 21 meter hoge uitkijktorens heb je een fantastisch uitzicht op de wonderlijke aanleg en het samenspel van water en licht in de natuur. In het labyrint van onderaardse gangen tref je fraaie mozaieken en voorstellingen aan. In een speciale beeldengalerij staan tuinfiguren ook te koop. En wil je uitrusten dan kan dat op een van de bankjes, lekker in het zonnetje of in de schaduw onder de hoge bomen.

Droomkasteel Heerlerheide

Ganzeweide 113-115 Heerlen